Het is nog geen acht uur en ik verlang naar mijn bed. Al is het vroeg, ik zou er best in kunnen gaan liggen, maar ik heb niet zo’n zin in wéér een sessie plafondstaren. Dat heb ik namelijk al twee nachten lang gedaan.
In de diepste duisternis van de nacht, toen ik het plafond waar ik naar lag te staren niet eens meer zag, ging de wasmachine aan met mijn persoonlijke gedachtegoed dat maar rond en rond bleef tollen, heen en weer en heen en weer. En mijn brein stond op het intensieve programma: voorwas, hoofdwas, spoelen… Zo rond het centrifugeren ging ik mijn bed gewoon maar uit, want hoe vaak kun je over dezelfde dingen blijven malen? Toen ik ook de comeback beleefde van het nachtzweten – die ondraaglijke hitte waardoor een laken al teveel is – besefte ik dat de overgang terug is! Met hernieuwde kracht!
Nee, ik heb leukere nachten gehad. Recent nog, met Dinges die nu op vakantie is, maar ik denk niet dat we elkaar nog zullen zien. Ik weet niet hoe lang verliefdheid duurt, maar lust dus zo’n week of drie, vier.
Maar dat is niet wat me wakker houdt. In die wasmachine tuimelden vooral ouwe, vrij versleten zaken rond. Samengevat: waarheen leidt de weg die wij moeten gaan… zoiets… Ik ga toch gewoon naar bed, ik ben kapot.






En… goed geslapen Peggy?
Goed verwoord hoor, ik heb ook vaak last van die rotwasmachine! En ook van die langversleten zaken die daarin rondtollen!
Gisteren gelukkig het bespaarprogramma (half zo kort). Pfff!