Bij het lezen van Stephen Vizinczey’s Loflied op de rijpe vrouw vraag je je af waarom enige jongeman ooit nog een geliefde van zijn eigen leeftijd zou nemen.
In het boek groeit de verteller András Vajda – min of meer het alter ego van Vizinczey –op in een door de oorlog verscheurd Hongarije. Teleurgesteld in meisjes van zijn leeftijd, ontmoet hij de oudere, getrouwde Maya die hem inwijdt in de liefde. Maya is de eerste van een lange reeks rijpe vrouwen die András tijdens zijn jonge jaren zal beminnen.
Er zijn volgens András redenen te over om je aan de zachte boezem van een rijpe vrouw te vlijen. Zo stelt hij: naar bed te gaan met iemand die net zo onbedreven is als jijzelf, lijkt me ongeveer net verstandig toe als in het diepe springen met iemand die net als jij ook niet kan zwemmen.
Voor de jonge arme student – in een periode toen ik nog moest studeren, mijn moeder helpen, en mijn handen vol had met al die onontkoombare activiteiten van een jonge man – had de oudere, veelal getrouwde, vrouw een ander groot voordeel: Ze behoedden me voor de tragische vergissing van een te vroeg huwelijk, ofschoon ik verscheidenen van hen een huwelijksaanzoek deed.
De vrijblijvendheid gold ook de vrouw in kwestie: het was een vreugde zonder angst voor vergelding. Ze konden me omhelzen zonder de verplichting op zich te laden mijn sokken te moeten wassen. Zodoende brachten we onze tijd door met vrolijk overspel.
De jonge András ontwikkelt zich in het boek als een soort oudere-vrouwen-fluisteraar en weet vrijwel elk exemplaar waar hij de zinnen op zet, te veroveren. Maar hij raakt vaak ook hevig verliefd en beschrijft zijn verlangen in prachtige poëtische volzinnen. De glans in haar ogen was mijn baken. Ofschoon die nooit dichterbij scheen te komen, hield het me vast aan de kust van haar lichaam.
En als de liefde dan later wordt beantwoordt: Ik was nog nooit zo gekust, en ik kon nauwelijks op mijn benen blijven staan. Ik deed een greep onder haar nu open hangende peignoir om me aan haar warme lichaam vast te klemmen. Ik was eindelijk aan land.
Ondanks zijn vele veroveringen afficheert András zich niet als een Don Juan of Jan Cremer-achtige player. Juist András geëxalteerde beschrijvingen van de vrouwen en de onverholen passie waarmee hij hen en hun lichaam adoreert, maakt dit boek tot een echt Loflied op de vrouw. Of zoals in het voorwoord staat: Vizinczey onttroont de nimf en herstelt de oudere vrouw als ideale minnares in ere.
Vooruit dan, nog één zo’n fijne quote: Langzaam spreidde ik haar benen, als een dief die de takken opzij buigt om zich stilletjes een weg door de tuin te banen. Achter het dons van het blonde gras, kon ik haar rozenknopje zien, met de twee lange blaadjes iets uiteenstaand alsof ook zij de hitte voelden. (…) De dennengeur werd echter sterker en ik belikte haar als een hongerige hond.
In het najaar van 2010 bracht uitgeverij Lebowski de heruitgave uit van Loflied op de rijpe vrouw, dat Stephen Vizinczey oorspronkelijk in 1965 in eigen beheer publiceerde. In 1978 werd het boek verfilmd als In Praise of Older Women met Tom Berenger in de rol van András Vajda.

Loflied op de rijpe vrouw
Sizinczey, S.




Trackbacks/Pingbacks
[...] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door Roos, Roos. Roos heeft gezegd: Vizinczey onttroont de nimf en herstelt de oudere vrouw als ideale minnares in ere. http://bit.ly/dSZWkD [...]