Porno (een gastcolumn)

Ons boekenweekgeschenk is een mooi verhaal van schrijfster en criticus Marja Pruis (1959), die onlangs haar nieuwe boek Kus me, straf me afleverde. Pruis is een groot stilist, met een – soms vilein – scherpe pen, die ik altijd met bewondering lees, of het nu haar romans, essays, of kritieken zijn.  In de verzamelbundel Kus me, straf me zit een proeve van alles wat Pruis zoal – treffend, doordacht, maar schijnbaar moeiteloos – schrijft.  Met toestemming van de schrijfster, hier Marja’s verhaal:

Porno

‘Het gaat steeds met cataracten,’ zegt de schrijver die ik interview. ‘Halverwege je dertigste is het op z’n hevigst.’
Thuis zoek ik het woord in het woordenboek op. Niet dat ik bang was dom over te komen als ik het meteen zou vragen. Het kwam er gewoon niet zo van, en voor ik het wist waren we alweer een cataract verder.
‘Niet vallen,’ zei mijn dochter tegen zichzelf toen ze nog maar net kon lopen. Voetje voor voetje, treetje voor treetje, ging ze de trap af.
Of eigenlijk zei ze: ‘Niet ballen.’ Want ze kon de v niet zeggen.
Niet ballen. Ik zeg het nog vaak tegen mezelf.
Wat de schrijver die ik interview ook nog zegt: dat als je ouder wordt, je jezelf graag herinnert als degene wie je was vóór je werd ingewijd.
Ik denk aan mijn ouders, de laatste onschuldigen op aarde. Op een dag bezie je je ouders als mensen, inclusief hun falen, alleen ik ben die (dat?) cataract geloof ik nooit helemaal gepasseerd. Nacht na nacht stond ik aan hun bed. ‘Eng gedroomd.’ Geruststellende hand van mijn vader boven de dekens. ‘Kom maar.’
En daar lag ik, warm ingeklemd tussen twee slapende walrussen. Als het een van de walrussen teveel werd, zocht die zuchtend mijn bed op. Intens behaaglijk strekte ik me nog eens uit, voelde de warmte van de plek die net verlaten was.
De echtelijke sponde was mijn toevluchtsoord.
‘Waarom moest je vader gaan?’
Mijn moeder vraagt het zich de laatste tijd drie keer daags hardop af.
Ze voelt zich niet zo lekker.
‘Wat is er dan mam?’
‘Ik weet het niet,’ zegt ze.
Of: ‘Morgen gaat het weer beter.’
Of: ‘Je vader wacht op me.’

Vorig jaar zomer waren we in Barcelona. Met de metro gingen we van hot naar her. Tot er bij het overstappen iets verkeerd ging. Opeens stond mijn dochter al op het perron, en wij stonden nog in de metro, vergeefs proberend de deur open te krijgen. De metro zoefde weg, met ons erin, en m’n dochter rende nog even in paniek mee, de armen wijd, de handpalmen ten hemel.
‘Wat … moet .. ik ..’ las ik van haar schriklippen.
‘Blijf … daar,’ mimede ik terug. ‘Wij ..komen ..terug.’
Althans: ik dacht dat ik mimede. Volgens mijn zoon schreeuwde ik.
Hoe lang kan zo’n overstap terug duren. Maar daar zat ze, rustig op een bankje te wachten. IJzig onderging ze mijn omhelzing.
‘Jezus mam,’ zei ze.
In vijf minuten tijd was ze ongeveer drie cataracten verderop geraakt.
Opeens is iets voor het laatst, alleen weet je nooit wanneer dat is.
Wanneer kwam mijn moeder voor het laatst naar mij toe, lachend, onbezorgd?
Wanneer haalde ik voor het laatst mijn kinderen uit bad?
Wanneer sloeg ik voor het laatst een handdoek om ze heen?
Overigens: wat er volgens de schrijver die ik interview halverwege je dertigste op z’n hevigst is, is de obsessie met seks. Of met porno. Of loopt het juist op die leeftijd een beetje door elkaar.
Hoe oud waren mijn ouders toen ik ’s nachts bij ze aan klopte?

Samen met mijn dochter zoek ik mijn moeder op.
‘Zal ik koffie zetten, mam?’
‘Ik hoef niet. Maar neem jij maar.’
Vanaf haar balkon kijken we met z’n drieën uit op het marktplein, dat aanvankelijk gevuld raakt met kerkgangers. De vrouwen fietsen in lange rokken voorbij, hun hoedje in het mandje voorop. Daarna komen de jongens met hun brommers. Eindeloos scheuren ze op en neer.
‘Zou dat nou wat zijn dat pijpen?’ vraagt mijn moeder opeens volkomen vanuit het niets.
Mijn dochter en ik proberen elkaar niet aan te kijken.
‘Je hoort er iedereen zo over,’ voegt ze er nog aan toe.
‘Had je ook cola in huis, oma?’
Mijn dochter verdwijnt naar de keuken.
‘Gek hè,’ zegt m’n moeder dan. ‘Maar die donkere jongens vinden nooit anschluss bij de Hollandse jongens.’
En of ik niet een koekje wil, of een bonbonnetje.

Marja Pruis: Kus me, straf me

foto: Anja van Wijgerden

,

Nog geen reakties.

Laat een reaktie achter


Home