Het was in 1962 toen Timmie Jean Lindsey, moeder van zes kinderen, een borstvergroting aangeboden kreeg. Daar had Timmie niet bepaald zin in: ze bezocht het ziekenhuis in de hoop dat de enorme tatoeage op haar borsten verwijderd kon worden, op kosten van het ziekenfonds. Maar haar dokter, Thomas Cronin, had juist het prototype van de eerste siliconenimplantaat ontwikkeld. En die zocht dus willige ziekenfondspatiëntjes.
Dat Timmie er geen trek in had, kwam ook doordat haar nicht ooit een borstvergroting met sponzen had ondergaan en ‘s ochtends soms op zoek moest naar haar borst die zomaar ergens anders in haar lichaam kon opduiken. Maar toen de dokter aanbood óók iets aan haar flaporen te doen, ging ze om. Ze was overigens niet het eerste proefkonijn want dr. Cronin had al een implantaat bij een hond ingebracht. Dat ging goed. En ook bij Timmie (die nu 80 is, in Texas woont en nachtdiensten draait in een verzorgingshuis).

Het was de geboorte van het nu 50-jarige borstimplantaat. Niemand wist nog wat een fenomenaal succes de borstvergrotingsindustrie zou worden. Zelfs in het crisisjaar 2010 groeide het aantal Britse borstvergrotingen met 10%. Schattingen zijn dat er wereldwijd misschien wel 10 miljoen mensen de operatie hebben ondergaan, de meeste om cosmetische redenen, en een aanzienlijk aandeel als reconstructie na borstamputatie of bij transseksuelen die van man naar vrouw gaan.
Opvallend is wel dat men vooral in de VS en het VK dol is op grote borsten, verhoudingsgewijs zijn deze ingrepen veel minder populair in China, Japan en India waar vetverwijdering, neusverkleining en ooglidcorrectie veelvoorkomend zijn. Zelfs in landen waar chirurgische ingrepen heel populair zijn, zoals in Brazilië, ligt de nadruk op de billen, en in Frankrijk geven de vrouwen de voorkeur aan een kleinere boezem.
Er zijn nogal wat bijwerkingen, waaronder verharding van het weefsel (kapselvorming) en infecties. Zorgen over de ingreep zijn er dus altijd geweest, maar alle angsten werden nog eens getopt door het recente schandaal waarbij een franse firma hun PIP implantaten vulde met het soort industriesilicone dat ook gebruikt wordt om matrassen te vullen.
Maar er worden al sinds ongeveer de 1890 gevaarlijke spullen in de vrouwenborst gestopt; paraffine en dierlijk vet werden rechtstreeks in de borsten van Japanse vrouwen gespoten, om het westerse ideaal te evenaren. De siliconenborst was dus een verbetering. Uitvinder Cronin vermoedde dat de vraag ernaar te wijten was aan de overweldigende publiciteit van filmsterren van die tijd die van nature een grote boezem hadden.
Volgens Douglas McGeorge, plastisch en reconstructief chirurg zijn er twee groepen vrouwen die voor de procedure kiezen: vrouwen met natuurlijke kleine borsten, die ze groter willen. Daarnaast de vrouwen die door zwangerschap grotere borsten kregen, die daarna slonken. Door implantaten moet de voormalige strakheid terugkeren. Hij vindt dat vrouwen vóór ze ertoe besluiten goed voorgelicht dienen te worden, maar de meeste ‘voorlichters’ werken voor klinieken en zijn gewoon verkopers.
De populariteit van borstimplantaten toont aan hoe belangrijk sekseverschillen in onze cultuur zijn. De borsten zijn de grootste fysieke indicatie van het verschil tussen man en vrouw en misschien verklaart dat de enorme populariteit wel. Het is een uithangbord van de vrouwelijkheid en we hebben die bevestiging nodig, zegt Thomas Biggs. Hij was, toen 29 jaar, coassistent onder pionier Cronin, en vertelt dat het idee ontstond toen de bloedbank stopte met het gebruik van flessen en het bloed in plastic zakken ging bewaren. Een zakje bloed voelde zo zacht aan als een borst. De rest is geschiedenis, zoals ze zeggen. Biggs heeft sindsdien zo’n 8000 borstvergrotingen uitgevoerd. Hij heeft het idee dat het voor vrouwen vooral een bevestiging van hun vrouwzijn is. Bij de 11 vrouwen die tegelijkertijd met Timmie geïmplanteerd werden was de operatie succesvol, maar ze hadden allemaal complicaties en problemen. Op de vraag of hij nooit twijfels had bij het experiment om zakjes met siliconen bij vrouwen in te brengen, antwoordt Biggs: O, nee. Ik ben geen piekeraar.
Bron: The Guardian
Follow Us!